Multi problematiek vraagt om interprofessionele samenwerking

31-01-2019
Recentelijk promoveerde Jerôme van Dongen bij Zuyd Hogeschool en in samenwerking met de Universiteit Maastricht op het onderwerp interprofessioneel samenwerken in de zorg en welzijnssector. Hij onderzocht hoe in de eerste lijn - van huisartsen en praktijkondersteuners tot fysiotherapeuten, thuisverpleging en maatschappelijk werk - wordt samengewerkt en hoe deze samenwerking met de patiënt als uitgangspunt kan worden verbeterd. Hij stelde een praktisch programma op waarmee de eerste lijn aan de slag kan. Van Dongen: “Mensen binnen de eerste lijn zijn vaak divers opgeleid en hebben verschillende belangen. En hoewel iedereen probeert zijn steentje bij te dragen, zien wij in de praktijk dat door de toename van multimorbiditeit (meerdere chronische aandoeningen en dus een complexere zorgvraag) eenlingen in het zorgproces de zorgvraag niet meer zelf kunnen tackelen en effectieve samenwerking wenselijk is. Tijdens zo’n multidisciplinair overleg kunnen immers verschillende perspectieven naast elkaar worden gelegd met als doel te komen tot persoonsgerichte en kwalitatieve zorg.”

Enkelvoudige dimensionaliteit doorbreken
Van Dongen, die voor zijn promotie Gezondheidswetenschappen studeerde en in een ziekenhuis werkte, miste tijdens zijn theoretische opleiding de verbinding met de praktijk. Hij solliciteerde uiteindelijk bij het lectoraat Wijkgerichte Zorg bij Zuyd Hogeschool en is daar inmiddels docent onderzoeker. In zijn werk gaat hij uit van holisme en stelt de mens centraal en niet de ziekte. Van Dongen: “Je kunt je richten op een kapotte knie, maar je moet mijns inziens kijken naar totaalplaatjes. Naar het functioneren van de patiënt in zijn totaliteit en in zijn omgeving. Dat kan door samenwerking. Niemand alleen kan complexe hulpvragen oplossen. Willen we betere zorg aanbieden, dan moeten mensen bewust worden van het belang van samenwerken. Ze moeten ervoor open staan. Reflectie is daar een uitstekende methode voor.”

Professionals kennen elkaar niet
Van Dongen vervolgt: “Uit ons onderzoek werd duidelijk dat de samenwerking in teams in de eerste lijn beter kan. Wat ik zag tijdens observaties en nu ook tijdens trajecten die ik begeleid, is dat structuur vaak ontbreekt, er een beperkte visie op samenwerking is, dat doelen niet helder zijn, laat staan dat mensen weten hoe concreet te worden en doelen te bereiken, hoe complexe situaties te bespreken en welke taak- en rolverdeling passen bij overleg. Professionals kennen elkaar te weinig. Ze weten te weinig wat de specifieke kwaliteiten van alle aanwezige disciplines zijn en hoe je elkaar kunt bevragen. Daarbij ontbreekt vaak ook nog eens de patiëntgerichtheid. Patiënten worden naar huis gestuurd met pillen en zorgplannen zonder dat wordt nagedacht over de thuissituatie en of de taal in de zorgplannen begrijpelijk is. Patiënten, hun omgeving en hun wensen en doelen, moeten veel meer betrokken worden in hun eigen zorgvraag om de zorg ook daadwerkelijk te verbeteren. Mijn advies - en daar help ik teams ook bij - is dan ook om niet alleen aan de basis, maar juist ook periodiek reflectie in te bouwen en groepsprocessen in teams te blijven bewaken.” 

Lerend vermogen leidt tot innovatie
“Teamreflectie lijkt op intervisie. Door samen te werken en door periodiek te reflecteren ontwikkelt de groep zich en wordt het lerend vermogen van de aanwezigen vergroot en de deskundigheid van de professionals bevorderd. Ze worden bovendien gedwongen casuïstiek vanuit verschillende perspectieven kritisch te benaderen en dat leidt weer tot innoveren. Als belangrijk onderdeel van ons programma hebben we een reflectieraamwerk ontwikkeld. Dit raamwerk is gebaseerd op het IPG-model (Integrale Procesbegeleiding Groepen) van Wim Goossens, die expert is in teamontwikkeling en groepsdynamica. Zijn model biedt praktische elementen, die het groepsfunctioneren kunnen verbeteren: zowel qua interactie, structuur, plek teamleden als context, maar ook qua verwachtingen én organisatie. Onderdeel van ons verbeterprogramma is sleutelfiguren intensief trainen. Leiders van samenwerkingsverbanden moeten namelijk in staat zijn om deelnemers continu mee te nemen in het gedachtengoed van reflectie. Gedrag verander je immers niet in twee dagdelen met workshops. Door de voorzitter te faciliteren, kan het team zich blijvend ontwikkelen. We zien echter momenteel wel dat om patiëntgerichtheid te bevorderen meer nodig is. Hier zijn bijvoorbeeld individuele coachingstrajecten voor nodig, die we nu in het vervolgtraject ook gaan opzetten.”

Samenwerking als middel
Van Dongen ontwikkelde samen met Goossens een praktische quickscan met 25 stellingen en een aantal open vragen waarmee de ontwikkelbehoefte van een samenwerkingsverband of team in kaart worden gebracht. Van Dongen: “Afhankelijk van de context en samenstelling van het team en het domein bieden we vervolgens maatwerk oplossingen via Zuyd Professional. Daarin gaan we gesprekken aan, observeren overlegmomenten, koppelen terug met het team en laten hen vooral inzien en bepalen wat de voor hen belangrijkste ontwikkelpunten zijn. Eigenaarschap door het team is belangrijk. In het hele proces, dat wij begeleiden, is bovendien veel aandacht voor moed en veiligheid. Mensen moeten begrip voor elkaar hebben en dus zetten we sterk in op het creëren van een klimaat waarin professionals hun mening durven geven en zich kwetsbaar durven opstellen. Daarbij is geen ruimte voor dominantie vanuit specialismen. Dominantie leidt namelijk af van de kern van de casuïstiek. Wat nodig is, is kritisch reflecteren op de samenwerking en bewustwording. Leg niet meteen oplossingen op tafel zonder met de patiënt te bespreken wat deze wil en zelf kan. Discussieer over de hulpvraag in plaats van mededelingen op tafel leggen. Maak interactiepatronen effectief. En stel bijvoorbeeld vragen over waarom elke week met vijftien mensen aan tafel wordt gezeten. Samenwerking is immers een middel en geen doel en dat wordt nogal eens uit het oog verloren. Echter door kleine interventies in structuur (gedragsregels, rolverdeling, wat verwachten we van voorzitter, vastleggen van afspraken) ontstaat meer tijd en diepgang én dus meer kwaliteit.”

Andere sectoren
Niet alleen in de zorg wordt interprofessioneel samengewerkt. Ook in gemeenten en verpleeghuizen speelt dit en kan een goede aanpak leiden tot grotere klantgerichtheid. Van Dongen: “Wij zien dat buurtgericht werken zich ontwikkeld. Gemeenten willen dichter bij de burger komen te staan en stimuleren overleg tussen hen, woningcorporaties, thuiszorg, politie, huisarts en bijvoorbeeld welzijnswerkers. Met zoveel mensen aan tafel moet je goede afspraken maken. Ons programma leent zich in die zin ook zeer goed voor het opzetten van leergemeenschappen, de zogeheten communities of practice bestaande uit burgers en professionals, die als doel hebben te komen tot innovaties. Zuyd Hogeschool faciliteert deze processen en helpt organisaties vervolgens om hun transformatie en vernieuwing handen en voeten te geven. We zijn kortom nog zeker niet klaar bij ons lectoraat en blijven zoeken naar vernieuwing en verbetering.”