Transformatie rol wijkverpleegkundigen

20-06-2019
“We gaan in de zorg nog steeds over grenzen van mensen, van cliënten heen, terwijl we meer moeten werken vanuit hun autonomie. We moeten cliënten zelf laten bepalen wat ze kunnen en willen doen. Ze meer zelf laten beslissen en als zorgteam meegaan in hun leefwijze. We moeten stoppen met dat hiërarchische gedoe. Als mensen tot 12 uur ’s middags in hun pyjama willen lopen, dan moeten we dat accepteren en ons daaraan aanpassen. Dat kost niet meer geld. Het verandert wel het werk en juist leiden tot een vermindering van bepaalde zorgtaken, omdat bepaalde protocollen nou eenmaal niet passen bij iemands persoonlijke levensstijl. Als iemand niet elke ochtend wilt douchen, dan moet je die taak niet blijven uitvoeren. Daar zit de winst in.” Aan het woord is Nelleke Tinbergen, wijkverpleegkundige bij Envida. Zij en haar collega’s Katinka Klomp en Michelle Peeters, eveneens wijkverpleegkundigen, volgden afgelopen half jaar het leertraject Verpleegkundig Leiderschap van Zuyd Professional en reflecteren samen op wat ze geleerd hebben en hoe ze dat in de praktijk toepassen.

Regels zijn nodig, maar soms doorgeslagen
Nelleke: “De ontwikkeling die nu is ingezet, zou in de toekomst nog verder doorgetrokken moeten worden. We zouden in de zorg meer moeten kunnen vertrouwen op onze professionaliteit en vakkennis, maar ook op ons boerenverstand. Dat betekent weg van stringente protocollen, uitzonderingen mogen maken en niet afgestraft worden als je het niet doet zoals is voorgeschreven.” Michelle knikt bevestigend: “Het is goed dat er regels zijn. Die zijn ook nodig, maar zijn soms wel doorgeslagen. Katinka: “Neem bijvoorbeeld iemand die op zijn sterfbed nog wilt roken. Die moet daarvoor kunnen kiezen, ook al moeten wij als verpleegkundigen Arbo-technisch in rookvrije ruimtes (thuis) kunnen werken. Dat moet je iemand gunnen. Dat is zijn leven. Zijn keuze.” Nelleke: “Precies! We moeten daar iets mee. We moeten dat breder binnen organisaties bespreekbaar kunnen maken.” Michelle: “En ook weten dat onze organisatie achter ons staat in die keuzes, omdat ze weten dat we onze keuzes kunnen verantwoorden.” Katinka: “Eerst stonden we meer voor de cliënt. Wij bepaalden. Nu hebben we geleerd meer naast de cliënt te staan en samen besluiten te nemen. Straks moeten we echter meer achter de cliënt gaan staan en alleen nog maar bijsturen als dat nodig is. Dat kan ook als je ziet dat mensen - ongeacht hun opleidingsniveau - steeds mondiger worden. We krijgen in de toekomst te maken met hele andere generaties.”

Sturen op interprofessioneel samenwerken
Naast deze ontwikkeling zijn ook andere factoren die een rol spelen in de veranderende rol van wijkverpleegkundigen. Vergrijzing, kortere verblijfsduur in ziekenhuizen, hogere levensverwachting en daarmee gepaard gaande complexere gezondheidsproblemen en een grotere hoeveelheid professionals rondom cliënten in een thuissituatie, leiden ertoe dat zorg anders georganiseerd moet worden. Dat wijkverpleegkundigen als zorgprofessionals meer de verbinding moeten leggen tussen wonen, zorg en welzijn. Landelijk wordt daarnaast bovendien ingezet op meer zelfsturing door zorgteams. Ook deze drie wijkverpleegkundigen hebben hier mee te maken. Michelle: “Naast al die veranderingen komt ook nog eens de dynamiek van je eigen organisatie, in ons geval Envida. Hadden teams eerst allemaal een eigen teamleider, nu heeft een leidinggevende meerdere teams en is dus minder aanwezig en aanspreekbaar. Ook dat beïnvloedt onze functie en rol als wijkverpleegkundige. Door al deze ontwikkelingen intern én extern moeten we nu echt meer verpleegkundig leider zijn en coachen op zorginhoudelijk niveau.” Nelleke beaamt dat: “Als wijkverpleegkundigen moeten we meer professioneel leiderschap bieden, terwijl de teamleider hiërarchisch leidinggeeft. Wijkverpleegkundigen zorgen met hun teams voor kwaliteit rondom de cliënt. Dát is onze taak. Door de complexere hulp die thuis moet worden geboden en omdat meer zorgverleners bij een cliënt en hun mantelzorgers betrokken zijn, heb je bovendien meer coördinatie nodig. En het is die afstemming - de juiste mensen de juiste kant op krijgen - waar wij nu verantwoordelijk voor zijn. Daar speelde de opleiding van Zuyd Professional dan ook onder andere op in.”

Wij zijn kartrekkers
Nelleke vervolg: “Mijn team bestaat niet alleen uit verzorgenden (IG) en verpleegkundigen, maar ook uit externen, zoals fysiotherapeuten, huisartsen, diëtisten, ergotherapeuten én ook mantelzorgers. En natuurlijk die cliënt. Want daar draait het om. Ik leg verbindingen tussen al deze mensen en houd altijd die cliënt voor ogen. Voor hen ben ik verantwoordelijk. Verpleegkundigen hebben in principe veel vrijheid om met al die externen contact op te nemen, maar wij als wijkverpleegkundigen stemmen op de achtergrond met al deze disciplines én cliënt af en controleren of alles naar wens verloopt.” Katinka: “Wij zijn kartrekkers. Als we een probleem zien bij een cliënt en we zien dat op meer plaatsen terugkomen, dan kunnen wij ingrijpen en overkoepelend naar oplossingen zoeken binnen die multidisciplinaire teams.” Nelleke: “Dat shared decision making was ook een onderdeel van de opleiding. Je moet helder krijgen wie betrokken is bij een cliënt en dan vanuit de cliënt voor iedereen het doel helder maken. Professionals moeten niet meer vanuit hun eigen disciplines doelen opstellen, maar werken vanuit één zorgplan en daaraan bijdragen. Het gaat om wat de cliënt wilt en die moet dus ook zeker bij die gesprekken worden betrokken.”

Katinka: “Bij de multidisciplinaire overleggen was het eerst heel erg van: “Wij weten wat goed voor u is.” Daar moeten we vanaf. We moeten interprofessioneel samenwerken. Een werkwijze die niet voor iedereen even gemakkelijk is.” Nelleke lacht: “Vroeger had heel vaak de huisarts de leiding in overleggen en bepaalde wat goed was voor een cliënt. Dat is dus achterhaald. Wij zijn aan zet.” Michelle: “Deze opleiding heeft ons in onze rolverandering naar verpleegkundig leider geholpen en daardoor kunnen wij weer de rol van de cliënt versterken.” Nelleke: “Het lijkt echt voor de hand liggend dat je als cliënt zelf bepaalt wat met je gebeurt en in theorie zijn er al veel stappen gezet, maar de praktijk blijkt weerbarstiger. We moeten van houding veranderen, onze handen op onze rug kunnen houden en cliënten aan zet laten en niet hun leven overnemen.” Katinka: “Dát overnemen, hoewel dat in onze zorggenen zit, is niet in het belang van cliënten en de opleiding heeft ons gesterkt in het leren loslaten en dus in het coördineren van al die betrokkenen.”

Draagvlak creëren voor nieuwe rol
Nelleke: “Het is niet voor iedere betrokkene gemakkelijk dat wij binnen die interprofessionele teams nu een andere rol spelen. Ik had bijvoorbeeld een 96-jarige cliënt waarvoor de huisarts een vrij ingrijpende verpleegkundige handeling voorstelde. Ik heb een stap teruggezet en voorgesteld om het cliënt en familie zelf voor te leggen. Intussen zocht ik in wetenschappelijke literatuur - dat deel Evidence Based Practice (EBP) was ook onderdeel van de opleiding - naar alternatieven, maar vond er geen. Bleek ook niet nodig, want voor de cliënt hoefde het ook niet meer.” Katinka vult aan: “Oudere huisartsen accepteren zo’n ingreep minder dan jongere huisartsen, die inmiddels anders worden opgeleid en leren om mensen te betrekken in het zorgproces.” Michelle: “Rekening houdend met al die verschillende attitudes, moeten wij nu stap voor stap het geleerde in de praktijk brengen. Door het nu - onder andere wetenschappelijk - kunnen onderbouwen en verantwoorden van onze ideeën en beslissingen over interventies en door het aanleren van gesprekstechnieken, zijn we zekerder geworden van onze zaak.” Nelleke: “De opleiding ging inderdaad om die bewustwording over de vraag: waarom doen we wat we doen? Een vraag die jaren verboden was, maar wel gesteld moet worden! Toegang tot universiteitsbronnen is dan ook belangrijk in ons werk. Ze zouden meer openbaar moeten worden gemaakt, omdat we juist die wetenschappelijke bewijslast in onze communicatie met andere disciplines nodig hebben.”

Professionaliseringslag is gemaakt
Katinka: “We voelen ons nu meer professionals en hebben geleerd ons ook zo te profileren. Onze nieuwe rol maakt ons werk zo veel interessanter en uitdagender.” Michelle sluit zich daarbij aan: “De opleiding is echt een aanvulling op ons werk; iedere wijkverpleegkundige moet zo opgeleid gaan worden. We begrijpen nu beter hoe onze teams in elkaar zitten, hoe ze naar dingen kijken en waarom ze wel of niet iets oppakken. Je leert samenwerken en vanuit een ander perspectief naar zaken om je heen en naar de groepsdynamiek kijken.” Nelleke: “Ik realiseer me nu veel meer wat mijn eigen communicatie teweegbrengt. Tijdens onze hbo-v-opleiding hebben we veel onderwerpen behandeld, daarna hebben we in ons werk ervaring opgedaan en nu hebben we geleerd het ook toe te passen. Daarbij was het fijn om met andere wijkverpleegkundigen ervaringen te kunnen uitwisselen. Nu we klaar zijn met de opleiding moeten we dat ook blijven doen en binnen Envida borgen. Net zoals dat ik denk dat wij als eerste lichting ook buddy’s kunnen worden van de wijkverpleegkundigen die in de volgende groep de opleiding gaan volgen. We moeten die verbindingen leggen, elkaar coachen en een sneeuwbaleffect in gang zetten.”

Wil jij je na het lezen van dit artikel meer informatie. Heb je nog vragen neem dan contact met ons op via 
+31 (0) 88 989 30 00 of info@zuydprofessional.nl